Artikel 9 - Proeftijd

Lid 1

Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt een proeftijd van 2 maanden.

Lid 2

Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt:

  1. geen proeftijd bij een arbeidsovereenkomst korter dan 6 maanden;
  2. een proeftijd van één maand, als de overeenkomst is aangegaan voor 6 maanden of langer, maar korter dan 2 jaar;
  3. een proeftijd van 2 maanden, als de overeenkomst is aangegaan voor 2 jaar of langer.

Lid 3

Indien het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet op een kalenderdatum is gesteld, geldt een proeftijd van een maand. Dit is het geval bij een arbeidsovereenkomst voor een bepaald werk.

Lid 4

Nietig is:

  • elk beding waarin voor de werkgever een andere proeftijd geldt dan voor de werknemer;
  • elk beding waarin de proeftijd langer is dan de in dit artikel toegestane termijn;
  • elk beding waarin door het aangaan van een nieuwe proeftijd de totale proeftijd langer is dan de toegestane termijn.

Lid 5

Als in de arbeidsovereenkomst geen proeftijd is opgenomen, gelden de proeftijden zoals beschreven in dit artikel. Als de werkgever en de werknemer overeenkomen dat er geen proeftijd is, dan moet dit expliciet in de arbeidsovereenkomst worden vastgelegd.