Artikel 21 - Begin en eind van de arbeidstijd

Lid 1

De arbeidstijd begint en eindigt:

  • op het bedrijf; of
  • op de plaats waar de werkzaamheden op aanwijzing van de werkgever worden uitgevoerd.

Dit geldt behoudens het bepaalde in Artikel 53 Lid 2.

Lid 2

De arbeidstijden (vastgesteld in Artikel 22) moeten liggen:

  • tussen 6.30 uur en 18.00 uur; of
  • tussen 7.00 uur en 18.30 uur.

De schafttijd bedraagt maximaal 2 uur per dag. De arbeidstijden moeten jaarlijks worden vastgesteld en schriftelijk vastgelegd voor:

  • de rechtspersonen binnen het bedrijf of
  • de verschillende groepen binnen het bedrijf. Een dergelijke groep moet ten minste uit 5 werknemers bestaan.

Lid 3

Lid 2 is niet van toepassing op de werknemer die is ingedeeld in functiegroep F of hoger.