Artikel 22 - Normale arbeidstijden

Lid 1

Onder arbeidstijd wordt verstaan (behoudens wat is bepaald in Artikel 53 Lid 2):
De tijd die de werknemer ter beschikking staat van de werkgever voor het verrichten van arbeid met uitzondering van schafttijden. Stoptijden van meer dan tien minuten worden niet als arbeidstijd beschouwd.

Lid 2

De normale arbeidstijd bedraagt:

  • van maandag tot en met vrijdag 7 uur en 36 minuten per dag;
  • in totaal 38 uur per week.

Lid 3

Op verzoek van de werknemer en met instemming van de werkgever kan van de regeling van de arbeidstijd zoals opgenomen in Artikel 22 Lid 2 worden afgeweken. De afwijking van de regeling van arbeidstijd:

  • is op initiatief van de werknemer;
  • geschiedt op individuele basis;
  • dient te passen binnen het kader van de Arbeidstijdenwet;
  • houdt in dat een andere dag dan de zaterdag als ‘niet-werkdag’ wordt aangewezen, waarbij voor de ‘niet werkdag’ het beleid geldt voor de zaterdag;
  • wordt schriftelijk vastgelegd en vormt een bijlage bij de arbeidsovereenkomst;
  • geldt voor de periode van één jaar;
  • wordt na een jaar geëvalueerd, waarna werkgever en werknemer opnieuw een afspraak kunnen maken.

Lid 4

Toolboxmeetings en cursussen in opdracht van de werkgever vinden, als dat mogelijk is, plaats binnen de normale arbeidstijd. Als deze activiteiten buiten de normale arbeidstijd plaatsvinden, betaalt de werkgever de effectieve overleg- of cursustijd uit.

Deze uitbetaling vindt plaats:

  • door betaling van het feitelijk loon dat voor de werknemer geldt; of
  • in doorbetaalde vrije tijd.

Zie ook Artikel 65.

Lid 5

De werknemer met een gedeeltelijke werkweek met wie een minimum aantal uren is overeengekomen, is - op weekbasis - niet verplicht meer dan 20% van dit minimum aantal uren extra te werken.
De werknemer met een gedeeltelijke werkweek zonder minimum of vast aantal uren is - op weekbasis - niet verplicht meer dan 20% extra van een voltijds arbeidsovereenkomst te werken.

Lid 6

De werknemer met een deeltijd arbeidsovereenkomst die meer uren werkt dan is overeengekomen, ontvangt een toeslag voor werk op onaangename uren volgens Artikel 49 van 30% van het uurloon verhoogd met een eventuele toeslag zoals bedoeld in Artikel 47. De toeslag geldt:

  1. bij een vastgelegd arbeidspatroon van 22,8 uren of minder per week vanaf het vierde uur per week dat buiten dit patroon wordt gewerkt;
  2. bij een vastgelegd arbeidspatroon van meer dan 22,8 uren per week vanaf het zevende uur per week dat buiten dit patroon wordt gewerkt;
  3. als het aantal per week gewerkte uren, het aantal per week overeengekomen uren met 50% overschrijdt.

De toeslag voor het werken op onaangename uren geldt voor de uren die vallen binnen de normale arbeidstijd als genoemd in Artikel 21 Lid 2 en Artikel 22 Lid 2.

Lid 7

De leden 1 tot en met 6 zijn niet van toepassing op de werknemer ingedeeld in functie-groep F of hoger. De arbeidstijd van deze werknemer wordt in onderling overleg geregeld.