Artikel 33 - Functiegroepen

Lid 1

De werkgever is verplicht de werknemer in te delen in een functiegroep. Dit doet hij op basis van de procedure en de omschrijvingen in het Handboek Functiewaardering Loonwerksector. Dit handboek maakt onderdeel uit van deze cao. Zie bijlage XVI. De werknemer kan het handboek bij de werkgever inzien op www.caoloonwerk.nl.

Lid 2

De indeling als bedoeld in lid 1 gebeurt op basis van een actuele functiebeschrijving, waarin de taken en verantwoordelijkheden van de werknemer zijn omschreven. De werkgever en de werknemer ondertekenen voor akkoord:

  • de functiebeschrijving; of
  • het functiedocument uit het Handboek Functiewaardering Loonwerksector.

Hierbij vermeldt de werkgever de eventuele plussen en minnen zoals beschreven in Hoofdstuk E van deel 2 van het handboek. De functiebeschrijving maakt deel uit van de arbeidsovereenkomst.

Lid 3

De werkgever:

  • vergelijkt de bedrijfsfunctie met de best passende functie uit het handboek; en
  • bepaalt bij welke referentiefunctie de bedrijfsfunctie het meest aansluit.

Is dit niet mogelijk aan de hand van de in de functiefamilie voorkomende referentiefuncties, dan maakt de werkgever gebruik van de referentiefuncties in een andere functiefamilie.

Lid 4

De werkgever is verplicht:

  • de werknemer mee te delen in welke functiegroep zijn functie wordt ingedeeld; en
  • de functiegroep te vermelden in de schriftelijke arbeidsovereenkomst.

Lid 5

De werkgever deelt de werknemer op basis van het functieraster uit het Functiehandboek (zie ook bijlage IX) in een van de volgende functiegroepen in:

Functiegroep A

Deze functiegroep is niet ingevuld.

Functiegroep B

Werknemer die werkzaamheden verricht die horen bij de volgende functies:

  • algemeen medewerker loonwerk I (functienr. 01.01)
  • medewerker huishoudelijke dienst (functienr. 06.02)
  • algemeen medewerker onderhoud (functienr. 06.01)

Functiegroep C

Werknemer die werkzaamheden verricht die horen bij de volgende functies:

  • medewerker gemechaniseerd loonwerk I (functienr. 01.04)
  • algemeen medewerker loonwerk II (functienr. 01.02)
  • medewerker transport I (functienr. 01.08)
  • administratief medewerker I (functienr. 04.01)

Functiegroep D

Werknemer die werkzaamheden verricht die horen bij de volgende functies:

  • medewerker gemechaniseerd loonwerk II (functienr. 01.05)
  • medewerker transport II (functienr. 01.09)
  • technisch medewerker I (functienr. 03.01)

Functiegroep E

Werknemer die werkzaamheden verricht die horen bij de volgende functies:

  • medewerker gemechaniseerd loonwerk III (functienr. 01.06)
  • algemeen medewerker loonwerk III (functienr. 01.03)
  • technisch medewerker II (functienr. 03.02)
  • administratief medewerker II (functienr. 04.02)

Functiegroep F

Werknemer die werkzaamheden verricht die horen bij de volgende functie:

  • meewerkend uitvoerder (functienr. 01.07)

Functiegroep G       

Werknemer die werkzaamheden verricht die horen bij de volgende functies:

  • werkvoorbereider / planner (functienr. 02.01)
  • chef werkplaats (functienr. 03.03)
  • administrateur (functienr. 04.03)
  • commercieel medewerker / adviseur (functienr. 05.01)

Functiegroep H        

Deze functiegroep is niet ingevuld.

Lid 6

  1. De werknemer kan bezwaar maken tegen de functie-indeling als
    - hij het niet eens is met de indeling; of
    - hij van mening is dat zijn functie zodanig gewijzigd is dat de indeling moet worden herzien.
  2. Indien de werknemer een schriftelijke aanvraag tot functie-indeling heeft ingediend bij de werkgever en de werkgever niet binnen een redelijke termijn een besluit neemt, wordt het uitblijven van een besluit aangemerkt als een besluit tot afwijzing van de aanvraag. De werknemer kan tegen dit besluit bezwaar aantekenen als bedoeld onder a.
  3. Als de bezwaarprocedure voor de werknemer geen bevredigende uitkomst oplevert, kan hij zijn bezwaar voorleggen aan de Centrale Beroepscommissie Functiewaardering Loonwerksector.
  4. De voorwaarden voor de bezwaarprocedure en de beroepsprocedure staan in het Reglement Bezwaar en Beroepsprocedure Functie-indeling Loonwerksector. Zie bijlage XIII.

Lid 7

De werknemer die de BBL-opleiding op niveau 3 heeft afgerond, heeft recht op een gesprek met de werkgever over de functie-indeling, alsmede om te bekijken wat het perspectief is binnen het bedrijf. De werkgever heeft de plicht om dit gesprek aan te gaan.

Lid 8

Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer met een arbeidsbeperking als bedoeld in Artikel 39.